Steeds later moeder én minder kinderen: geboortecijfers dalen in de regio

Steeds later moeder én minder kinderen: geboortecijfers dalen in de regio

Nederlandse vrouwen worden gemiddeld steeds later moeder en krijgen minder kinderen dan tien jaar geleden. Die trend is in vrijwel alle Nederlandse gemeenten zichtbaar, maar de provincie Zuid-Holland behoort samen met Friesland en Flevoland tot de koplopers van deze landelijke daling. Dat blijkt uit de nieuwste demografische rapportage van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In heel Nederland is het zogeheten totaal vruchtbaarheidscijfer de afgelopen tien jaar geleidelijk gedaald. Waar een vrouw in 2014 gemiddeld nog 1,71 kind kreeg, was dat aantal in 2024 gedaald naar 1,43. De daling is daarmee in maar liefst 93 procent van alle Nederlandse gemeenten een hard feit. Om het verschil duidelijk te maken: in 2014 lag het gemiddelde in 65 procent van de gemeenten nog boven de 1,75 kinderen per vrouw. In 2024 is dat nog maar in 19 procent van de gemeenten het geval.

Geboortecijfers dalen ook in de regio

De daling is volgens het CBS het sterkst in zeer stedelijke gebieden. In heel Zuid-Holland nam het vruchtbaarheidscijfer de afgelopen tien jaar met 19 procent af. Zoetermeer volgt die trend, al is de afname daar minder sterk. Een vrouw in Zoetermeer kreeg in 2014 nog gemiddeld 1,71 kind. In 2024 was dat gedaald naar 1,54 kinderen per vrouw. Dat komt neer op een afname van ongeveer 10 procent.

In Lansingerland (Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek) ligt het gemiddelde kindertal van oudsher hoger, maar ook daar zet de trend duidelijk door. Waar een vrouw in 2014 nog gemiddeld 2,12 kinderen kreeg, was dat in 2024 nog 1,81. Daarmee daalde het vruchtbaarheidscijfer met bijna 15 procent. De ontwikkelingen in beide gemeenten laten zien dat de demografische samenstelling van de regio snel verandert.

Onzekerheid op de woningmarkt en carrière

De harde cijfers roepen de vraag op waarom we het stichten van een gezin steeds vaker uitstellen. Dat heeft vooral te maken met maatschappelijke druk en veranderde prioriteiten.

Onderzoekers wijzen erop dat de extreme onzekerheid op de woningmarkt een gigantische rol speelt. Voor jonge stellen in Zoetermeer en Lansingerland is het vinden van een betaalbaar gezinshuis met genoeg slaapkamers een zware opgave geworden. Zolang die stabiele basis ontbreekt, wordt de kinderwens vaak noodgedwongen geparkeerd.

Daarnaast studeren jongeren langer door en starten ze later op de arbeidsmarkt. De opbouw van een carrière en de financiële onafhankelijkheid krijgen in de twintiger jaren vaak voorrang. Ook de combinatie van werk en gezin, denk aan de stijgende kosten en de druk op de kinderopvang, weegt voor veel stellen zwaar mee in het besluit om (voorlopig) niet aan kinderen te beginnen.

Moeder worden op latere leeftijd

Het gevolg hiervan is dat vrouwen het krijgen van hun eerste kind steeds langer uitstellen. Landelijk waren vrouwen in 2024 gemiddeld 30,4 jaar oud toen zij voor het eerst moeder werden. Zoetermeer en Lansingerland volgen deze landelijke trend op de voet.

Minder grote gezinnen

Ook gezinnen met drie of meer kinderen worden steeds zeldzamer. Landelijk is nog slechts 17 procent van alle geboorten een derde kind of later. Zulke grotere gezinnen komen tegenwoordig vooral nog voor in specifieke regio’s buiten de Randstad, zoals delen van de zogenoemde Bible Belt, waar het krijgen van meerdere kinderen relatief gebruikelijk is.

De daling van het aantal geboorten draagt bij aan de vergrijzing waar veel gemeenten de komende decennia mee te maken krijgen. Ook in Zoetermeer en Lansingerland zal die ontwikkeling een belangrijke rol blijven spelen in de toekomstige bevolkingssamenstelling.

Bron en beeld: CBS


Zoeken