Bouw van flexwoningen stort landelijk in, maar hoe staat onze regio ervoor?

Bouw van flexwoningen stort landelijk in, maar hoe staat onze regio ervoor?

Tijdelijke woningen, ook wel flexwoningen genoemd, golden de afgelopen jaren als dé snelle oplossing voor de knellende woningmarkt. Toch is de bouw ervan flink ingestort. Nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten namelijk zien dat gemeenten in 2025 de helft minder vergunningen hebben afgegeven voor dit soort woningen.

In totaal gaven Nederlandse gemeenten vorig jaar voor ruim drieduizend tijdelijke woningen een vergunning af, precies 50 procent minder dan een jaar eerder. Daarbij gaat het niet altijd om één huishouden per woning. Veel tijdelijke wooncomplexen bestaan uit meerdere woonruimten met gedeelde voorzieningen, waardoor de ruim drieduizend vergunde woningen samen plek bieden aan bijna zesduizend huishoudens.

Sinds het CBS de cijfers in 2021 begon bij te houden, is er in totaal voor negentienduizend tijdelijke woningen een vergunning verleend. Het overgrote deel daarvan (87 procent) bestaat uit kant-en-klare nieuwbouwmodules die vanuit de fabriek op een locatie worden geplaatst.

Zoetermeer en Lansingerland

Hoewel het aantal vergunningen landelijk fors terugloopt, blijft Zuid-Holland met 784 vergunningen in 2025 de provincie met de meeste tijdelijke woningen. Kijken we naar de cijfers van Zoetermeer en Lansingerland over de periode 2021 tot en met 2025, dan liggen beide gemeenten dicht bij elkaar. In Zoetermeer werden sinds het begin van de metingen 85 vergunningen verleend voor tijdelijke woningen. In Lansingerland gaat het in dezelfde periode om 77 vergunningen.

De tijdelijke woningen zijn overal bedoeld voor groepen die dringend een dak boven hun hoofd nodig hebben, zoals starters, spoedzoekers en statushouders. Dat er nu landelijk ineens zoveel minder vergunningen zijn verleend, heeft volgens experts vooral te maken met de financiële risico’s voor woningcorporaties.

Omdat de woningen er vaak maar voor een kortere periode (meestal tien tot vijftien jaar) mogen staan, is het voor corporaties soms lastig om de exploitatie financieel rond te krijgen. Daarnaast spelen het gebrek aan geschikte locaties en langdurige procedures vaak ook een rol. Nu het aantal vergunningen landelijk halveert, verwachten kenners dat er ook in de regio minder nieuwe tijdelijke woonprojecten bijkomen.